INKT! Glossy over, voor en door schrijvers

Meer dan yoga? Zijn schrijversblogs literatuur?

Door Daan Stoffelsen

‘Vijf minuten yoga’, zo noemde Arnon Grunberg zijn weblog in het eerste nummer van Inkt!, een penoefening waar lezers op kunnen reageren. Zo schreef hij 6 juni over de hechte relatie met zijn kapper: ‘In the service industry it’s hard to distinguish between friendship and commerce. But this gray zone is the zone in which we all operate. For most of us friendship is a tool that leads to a tip, in one form or another.’ Een mooi Grunbergianisme, dat op meer dan veertig reacties kan rekenen, bijna zonder uitzondering over ervaringen met kappers en over één bijzonder kritische reaguurder. Maar voegt deze yoga met reactiemogelijkheid ook iets toe aan zijn oeuvre?

 Hebben blogs, met andere woorden, literaire waarde? Stilistisch, literair-theoretisch, autobiografisch? Om met dat laatste te beginnen, de parallellie met schrijversdagboeken en -correspondenties is snel gevonden. Het zijn op datum geschikte, niet al te lange stukken met een persoonlijke inslag: de auteur koopt een bed van twee meter zestig met zijn verkering, hij ziet Roger Federer winnen dankzij zijn halfhartige aanmoedigingen, hij volgt een augurkendieet, en dat zit als volgt in elkaar... Het zijn aspecten van de schrijverslevens van Walter van den Berg, Gerbrand Bakker en Jan van Mersbergen waar je niet over zou lezen in hun romans, maar ik vraag me af of ik er naar zou zoeken in hun dagboeken en briefwisselingen. Zulke egodocumenten lees je toch om de schrijver te betrappen.

Elsbeth Etty citeert bijvoorbeeld in het NRC Handelsblad van 5 juni uit Susan Sontags dagboeken: “Met de komst van het orgasme is mijn leven veranderd. [...] Ik ben belust op schrijven. Het orgasme zorgt niet voor de redding van, maar, meer dan dat, voor de geboorte van mijn ego. Ik kan pas schrijven als ik mijn ego heb gevonden. De enige schrijver die [ik] zou kunnen zijn, is iemand die zichzelf blootgeeft... Schrijven is jezelf op het spel zetten, jezelf.” Carel Peeters noemt ze in Vrij Nederland een week later ‘losse zinnen, vluchtige woorden, lectuurnotities, lang niet altijd coherent uitgeschreven alinea’s, flarden van gedachten, al dan niet diepzinnige uitspraken’, en stelt vast: ‘Dichter kun je nauwelijks bij een schrijver komen.’ Etty en Peeters ontdekken een geheime, onbewuste kant van de auteur, ze bereiken een intimiteit met de auteur die onbedoeld is, ongewenst zelfs – Sontag had publicatie van haar dagboeken verboden.

De bloggende auteur laat zich niet betrappen, hij of zij is zich daarvoor dan toch te zeer bewust van zijn publiek. Hij stelt vragen aan zijn lezers, beantwoordt ze: bestsellerauteur Paulo Coelho beantwoordt op zijn blog (het bestbezochte literaire blog!), vragen als ‘What is the best way for anyone to move on?’ (Zijn antwoord: ‘By not forgetting the road that has lead us there. But this memory should never be a stop sign in our path : it should be a reminder that most things can be overcome.’)
Hij anticipeert de reactie, hij past zich aan aan zijn korte vorm, probeert zijn punt sneller te maken. Hij schrijft columnachtige stukjes, of archiveert er zijn papieren columnproductie (Ronald Giphart (Kijk, de Volkskrant), Christiaan Weijts (NRC-Next en De Groene Amsterdammer) en Gerbrand Bakker (ook De Groene).
Hij zoekt de lach. Uit angst voor de opmars der barbaren die de Wilders-overwinning aankondigde, verbrandden Fokke & Sukke (‘heus geen intellectuelen’) zelfs boeken van Kluun. Kluun op zijn site: ‘Hoog tijd om weer eens iemand lekker op zijn bek te timmeren. Kan iemand zeggen welke route Jean van Tol ’s avonds altijd naar huis neemt en waar zijn kinderen op school zitten?’

Hoezeer zulke bijdragen ook aansluiten bij de toonzettingen van de oeuvres van Coelho en Kluun, ik vind het niet de interessantste. Ik probeer, met vasthoudende naïviteit, de romanschrijver terug te vinden in de blogschrijver. Dat is niet eenvoudig. Gerbrand Bakker, hij blogte al voor Boven is het stil verscheen, is veel persoonlijker, laat minder aan de verbeelding over op internet dan in zijn veelgeprezen debuut. Walter van den Berg en Jan van Mersbergen hanteren in hun romans ook een stijl die je sober, kaal, suggestief kunt noemen, maar hun posts tonen meer schrijver dan schrijverschap. De persoon van de auteur lijkt zijn literatuur in de weg te zitten. Op het eerste gezicht een uitstekend voorbeeld is de post van 10 juni van Jan van Mersbergen:

‘[...]
Mijn zoontje maakte met de andere kinderen van zijn klas, met zijn zusje, met de kinderen die ook altijd in de speeltuin zijn, en met een moeder die zich uitsloofde, een enorm modderbad in een van de ronde betonnen bakken. Dat hielden ze tot vijf uur vol.
Een van de vaders hield het niet vol, die stond op de rand van de zandbak, keek naar zijn blonde dochtertje die onder de modder zat en riep: Ophouwen, ophouwen, ophouwen.
Het meisje zei: Nog vijf minuten.
Met de mouw van haar jas veegde ze het zand uit haar gezicht. Met de modderige mouw veegde ze zand aan haar gezicht.’ 

Gelukkig. Met zulke slotzinnen ontstijgt het stukje het particuliere, en blijkt de anekdote taal te zijn, stijl, literatuur. Internet is niet per definitie een excuus voor trivialiteit en vluchtigheid, en uitzonderingen daargelaten zijn schrijversblogs regelmatig de vluchtheuvels in een web van luchtige nonsens. Neem de rare, interessante typemachinestukken van Dirk van Weelden, neem de ‘verwijderde scènes’ van Bert Natter, de schrijfprocesfilmpjes van Ronald Giphart, neem het oog voor het bizarre en zachte van Merel Roze (25 cent in een wc), neem de lange stukken over literatuur van Gouden Uilwinnaar Marc Reugebrink (of, in het Engelse taalgebied, auteur-criticus Mark Sarvas).

Neem het als Breuklijn verboekte en helaas niet toegankelijke weblog van geschiedsfilosoof Eelco Runia. Dat was een oefening in het ontwijken van die essentiële zaken die Peeters en Etty in Sontag tegenkwamen: liefdes, levenskeuzes, overtuigingen. Hij schreef wel over gedoe met bankrekeningen, huisbazen en cactussen, maar op een manier die juist een grotere intimiteit suggereerde door de totale afwezigheid van de hoofdzaken. Én hij schreef over filosofie, geschiedenis, literatuur, in korte, intrigerende essays.

Runia en zijn collega-literatoren houden hun onderwerpen in bedwang, bewaken hun briefgeheim, en schrijven in het volle bewustzijn – omdat ze willen schrijven. Die motivatie alleen al maakt een blog deel van een oeuvre. Ik geef me gewonnen. Maar ze onderscheiden zich ook op een andere manier van andere bloggers: een goede schrijver is in staat de werkelijkheid te betrappen op tegenspraken, wonderlijkheden, vijandigheden, tederheden, en dat doet hij misschien nog wel meer op internet, waar de anekdote en de observatie overheersen. Al is het geen yoga, en heb ik mijn vijf minuten reactiemogelijkheid hier al benut, zo’n blog is niet zelden uiterst lezenswaardig.

Laura Starreveld (MA Redacteur/editor) onderzoekt de consequenties van de digitalisering van literair erfgoed – getypte manuscripten, e-mailcorrespondenties – voor het Letterkundig Museum. Moeten ook blogs door het museum gearchiveerd worden? ‘Ik denk het wel. Het zijn schrijfsels die de schrijver aan de wereld kenbaar heeft gemaakt, het zijn parafernalia waar ze zelf achter staan. Daarom zou je het wel bij het oeuvre moeten betrekken. Los van hoe die auteurs hun blogs precies invullen.’ Liever alles bewaren dan niets, vindt zij. Maar: ‘Wat wel gaat spelen: wie bewaart die internetpagina’s? Nog niemand.’ Een schone taak voor het Letterkundig Museum.

LINKS:

nrcboeken.nl/recensie/alles-altijd-zelf-bevochten (Etty over Sontag)
vn.nl/KunstCultuur/DeRepubliekDerLetteren/ColumnCarelPeeters/ArtikelCarelPeeters/OpenZenuwen.htm (Peeters over Sontag)

vandenb.com
gerbrandsdingetje.nl
paulocoelhoblog.com
arnongrunberg.com/blog
kluun.nl
janvanmersbergen.nl
depapierenwereld.blogspot.com (Bert Natter, vooral de eerste posts)
orwelldiaries.wordpress.com (een echt dagboekblog)
reugebrink.skynetblogs.be
marksarvas.blogs.com/elegvar
www.jowischmitz.nl
www.dirkvanweelden.net
www.ronaldgiphart.nl